Een literaire safari om in te verdwalen

Foto: Knelis

Door: Anke Odinga

Post-its, overal gele post-its. Ze plakken het op de grond, de muren, de mensen. Op de briefjes staat geschreven wat het voorwerp is. ‘Haar’, ‘stoel’, ‘Simon’. De hele trapleuning hangt vol met ‘Simon’. In een steeds sneller tempo lijken de personages betekenis te willen geven aan hun omgeving. In gedachten doe ik met ze mee. Ik kijk naar deel vijf van ‘Missie Márquez’, een voorstelling van Karlijn Kistemaker. Met hetzelfde tempo probeer ik de verhaallijnen te volgen, de verbanden te zien, de namen te onthouden. Tot ik me realiseer dat dit hopeloos is. Langzaam maar zeker geef ik me over.

De post-its verwijzen naar een fragment uit het boek ‘Honderd jaar eenzaamheid’, geschreven door Gabriel Garcia Márquez, dat Karlijn in twaalf delen omzet naar een theatervoorstelling. Tegelijkertijd is het een knipoog naar het moeizame bureaucratische proces dat ze af moest leggen om deze missie, want zo voelt ze het, te kunnen volbrengen. De verhalen en personages lopen vloeiend in elkaar over. Ze zoekt naar grenzen en bouwt bruggen tussen de twee werelden. Typerend is het beeld dat ze kauwend op modder, voorleest uit het boek.  Het gezelschap speelt energiek, vol overtuiging.

Als ik voor de derde keer op rij de draad even kwijt ben, vraag ik me af of ik misschien de eerste delen had moeten zien of het boek had moeten lezen. Want, als Karlijn vraagt wie al bekend is met het verhaal, moet ik kleur bekennen. Ik ben een leek.

Toch laat ik me moeiteloos meeslepen in deze Zuid-Amerikaanse vibe. In de eerste plaats door de verbluffende locatie midden op de Vismarkt, te herkennen aan de exotische muziek die uit de boxen schalt. Het is een kennistent die lijkt op kermistent, maar dat absoluut niet is. Eenmaal binnen krijg ik de mogelijkheid om een drankje te halen bij Pablo’s escobar. Of een beetje cocaïne, zo fluistert mijn buurvrouw. Ik laat me meeslepen door de muziek. Soms zuiver a capella, vaak muzikaal begeleid. Overal is beweging, ik kom ogen tekort. Alles is hier mogelijk, zo blijkt wel als er op een gegeven moment een enorme kroonluchter omhoog gehesen wordt.

De voorstelling kent kleine grapjes en herkenbare, soms ietwat pijnlijke, situaties.  Zoals de flamboyante dansleraar (die speciaal is opgetrommeld om de dochters en het publiek de wals te leren), die vraagt hoe Chris zijn personage heet. Helaas voor hem is die zojuist overleden. Nu is hij gewoon Chris. Of Tim. Ik denk aan de typetjes die op humoristische wijze belangrijke organen uit de theaterwereld vertegenwoordigen. Of de subliem gespeelde tante Connie, het lievelingetje van het publiek. Met haar rauwe stem en rode kater staat ze Karlijn te woord. Waar ze het over hebben ontgaat me even. Ik word afgeleid door de kat die zich op dat moment verslikt in een haarbal.

Aan het einde van de voorstelling fladderen de post-its nog steeds rond. Het kan me niet schelen. Op weg naar de uitgang dans, of beter gezegd wals, ik door ze heen. Ik heb mijn weg inmiddels gevonden. Of niet. Het geeft niet. Laat mij hier maar verdwalen.

Foto’s: Knelis

Ons festivalhart

Ons festivalhart zit dit jaar wederom aan de Oosterstraat 7a, in de steeg achter het Grand Theatre. Kijk om het hoekje en vind ons daar! Dit is hét hart en dé ontmoetingsplek van het festival. Je kunt hier terecht voor een goed gesprek, een drankje en elke avond draait er een DJ. Wat ons betreft kunnen de voeten dus van de vloer! Ook kun je hier terecht met al je vragen bij het infopunt en kun je meteen een kaartje aanschaffen bij de kassa.

Kom gezellig langs voor een kop koffie of een borrel in het café!