“Manifesten zijn kort door de bocht, dat is eigenlijk heel bevrijdend”

Door: Anna Dijk

Een interview met Mats Vandroogenbroeck over Het Atomistisch Manifest

Begin twintigste eeuw zetten de Avant-gardisten de kunst op zijn kop. De regels die bepaalden wat kunst was en wat niet werden bevraagd en overtreden op manieren die men daarvoor niet voor mogelijk had gehouden. Het Dadaïsme, het expressionisme, het pointillisme en natuurlijk het surrealisme, allemaal hadden ze nieuwe, revolutionaire ideeën over wat kunst kon en moest zijn. Die ideeën kwamen niet alleen tot uiting in hun werk, maar ook in manifesten.

Honderd jaar na dato kijken Mats Vandroogenbroeck en Timo Sterckx terug naar deze spannende periode in de kunstgeschiedenis. Het resultaat van hun zoektocht is de surrealistische voorstelling Het Atomistisch Manifest.

Namens Jonge Harten sprak ik met Mats over de voorstelling en de relevantie van de Avant-garde in deze tijd.

Waarom een Avant-gardistisch manifest in 2017?
Het is altijd lastig om precies uit te leggen waar een idee vandaan komt. Je kan dat achteraf vaststellen, maar het begint eigenlijk meer met een intuïtie of een interesse voor een bepaald onderwerp.

Het is in elk geval heel leuk en bevrijdend om een manifest te maken. Er is tegenwoordig zoveel informatie dat we volledig overspoeld worden door nuance. Dat zou moeten betekenen dat we tegenwoordig betere beslissingen kunnen maken, omdat we alles op kunnen zoeken, maar het is ook heel blokkerend. Manifesten zijn altijd heel kort door de bocht en het is eigenlijk heel bevrijdend om een keer dingen op die manier te kunnen zeggen.

Manifesten bestaan uit regels, maar je zegt dat ze juist bevrijdend werken. Is dat niet tegenstrijdig?
Avant-gardisme heeft de kunst natuurlijk ook heel erg bevrijd door nieuwe voorwaarden te maken waar kunst aan moet voldoen. Maar we moesten ons wel afvragen hoe je vandaag surrealistisch kan zijn. Ik zie dat veel mensen tegenwoordig opnieuw een fascinatie hebben voor Avant-gardisten en de vragen die hen bezighielden. Hoe kunnen we vandaag nog zo confronteren? Welke vormen van opstand zijn er nu nog?

Jullie halen je inspiratie vooral uit het surrealisme. Wat spreekt jullie zo aan aan deze stroming?
Wat ik mooi vind aan het surrealisme is dat ze hyperconcreet zijn in hun abstractie. Dat kan je bijvoorbeeld goed zien aan de schilderijen van Magritte en Dalí. Zij plaatsen eigenlijk gewone voorwerpen in een bijzondere context. Magritte heeft bijvoorbeeld een schilderij van een paraplu waar een glas water op staat (De vakantie van Hegel, red.). Twee alledaagse voorwerpen die samen ineens een vreemd beeld vormen.

De surrealisten verzinnen een soort eigen wereld en gebruiken daarin elementen uit de echte wereld, maar op een hele andere manier. Zo gaan ze niet alleen om met beelden maar ook met taal. Dalí heeft bijvoorbeeld een atomistische periode gehad waarin hij over zijn schilderijen praatte alsof het over kwantumfysica gaat. Wetenschappelijk gezien zijn die teksten volslagen onzin, maar dat is niet waar het hen om gaat. Er zit een kinderlijke vrijheid in de manier waarop ze alles naar hun eigen hand zetten.

Dat pseudowetenschappelijke jargon is ook iets wat wij zelf in onze voorstelling gebruiken, en ook die kinderlijkheid komt terug. Kinderlijkheid is overigens iets anders dan kinderachtigheid. We hebben ons afgevraagd wat we als kind altijd hadden willen doen maar niet konden omdat we er toen nog niet de kennis en vaardigheid voor hadden. We hebben bijvoorbeeld een Rube Goldbergmachine gebouwd, omdat dat echt iets was wat wij als kind heel gaaf vonden.

<

Waarom heet jullie voorstelling het Atomistisch Manifest?
We zijn eigenlijk op een surrealistische manier aan die naam gekomen. We gooiden onze namen in een anagrammenprogramma en daar kwam ‘Atomisme‘ uit. Het is een term van de Griekse filosoof Damocritus. Volgens hem zijn er alleen atomen en leegte. Die atomen zijn deeltjes waar alles in de werkelijkheid van gemaakt. Verschil tussen dingen bestaat alleen omdat die deeltjes op verschillende manieren in elkaar zitten.

Wat heeft dit met jullie voorstelling te maken?
Onze voorstelling is eens soort Cabaret Voltaire. Het bestaat uit allemaal slapstick-achtige stukjes waar niet per se een dramatische boog tussen zit. Je zou die stukjes bijvoorbeeld ook goed in een ander volgorde kunnen zetten. Dat doen we ook, de voorstelling is bijna elke keer dat we hem spelen anders. Dit is ook weer dat surrealistische, verschillende onderdelen die eigenlijk niet bij elkaar horen, maar als je ze bij elkaar zet gaat het publiek er toch iets achter zoeken.

Wat hopen jullie eigenlijk met je voorstelling te bereiken? Willen jullie een nieuwe kunststroom beginnen, net als de Avant-gardisten?
Mats lacht. Nee, maar sinds we deze voorstelling twee jaar geleden gemaakt hebben hebben we nog een voorstelling gemaakt, Faust, een mechanische komedie, en daar komen de dingen die we in Het Atomistisch manifest hebben vastgelegd wel in terug. Bovendien is deze voorstelling de afgelopen twee jaar best veel veranderd, maar wel volgens een soort eigen esthetiek die we heel aangenaam vinden en die maakt dat de voorstelling altijd kan blijven fluctueren. Zo kan je het voor jezelf spannend houden. Het is dus wel een manifest voor ons zelf.

Het Atomistisch Manifest is maandag 20 november om 19.30 uur te zien in het Grand Theatre.

Festivalhart. Hét hart van ons festival

Ons festivalhart zit dit jaar aan de Oosterstraat 7A, achter het Grand Theatre. Dit is hét hart en dé ontmoetingsplek van het festi­ val. Je kunt hier terecht voor een goed gesprek, een dansje of een drankje. Ook kun je hier terecht met al je vragen bij het infopunt en kun je meteen een kaartje aanschaffen.

Kom gezellig langs voor een kop koffie of een borrel in het café!