Take Care – verslag van een ooggetuige

Knelis

Door: Edwin Siebert

Ik zit vooraan bij Take Care van de Noorderlingen en Teddy’s Last Ride, met mijn voeten op de speelvloer. We zitten op onhandige houten stoeltjes. Achterin de hal zit een deur van de nooduitgang. Ík kan in ieder geval niet weg, ik zit ingeklemd tussen twee vrouwen.

Met een klap zwaait de deur open. Er rollen personages binnen. Een voor een. Veel hebben ze in het begin niet te vertellen, ze staren, lopen en ze kijken rond. Een natgeregende man in pak, een angstige vrouw met een sigaret, een vrouw op moeilijke schoenen, een man met een helm op zijn hoofd. Ze lijken ook weinig gemeen te hebben. Toch zoeken ze elkaar op, hebben interactie met elkaar. Ze praten niet, maar lijken elkaar wel te herkennen.

De personages lijken bij elkaar te horen, ze dragen dezelfde soort kleding. Alles past bij elkaar. Dat valt me ook direct ook aan de voorstelling, het is heel stijlvast. Dat bevalt me. De muziek, het licht en de kleding maken het geheel een beetje groezelig. Late jaren 70, ergens in de Verenigde Staten. Een telefoon aan een kabel, een vrouw met een gezichtsvullende bril en gele coltrui.

De meeste mensen lijken elkaar wel te kennen, maar ze passen niet bij elkaar. Ze lopen naar elkaar toe en kijken elkaar aan. Kort staan ze stil en gaan weer weg. Twee mannen hebben een klik, ze blijven bij elkaar, houden elkaars hand vast en dansen af en toe. Af en toe is er een gesprek tussen de personages, meestal in een vreemde taal. Sommige personages spreken Engels, anderen Nederlands of Italiaans.

Het lopen en staren gaat over in dans, heel repetitieve choreografieën laten mijn gedachten afdwalen. Steeds draaien de personages in het zelfde cirkeltje rond. Mijn gedachten dwalen af.

Steeds weer wordt mijn aandacht getrokken door de vrouw op de moeilijke schoenen, ze draagt een bloemetjesjurk. Ze intrigeert me. Waar de anderen lopen en rennen, lijkt zij aan ballet te doen, alsof ze op spitzen loopt, gaat ze van links naar rechts door de hal. Elke spier in haar lichaam danst met haar mee. Plots ligt ze vlak voor mijn voeten in een spagaat op de vloer, haar hoofd in een emmer. Zou ze zichzelf willen verdrinken?

Het licht gaat aan. De jaren 70-sfeer is weg, dit is weer gewoon de hal van De Machinefabriek, ik baal daar een beetje van. Ik zit nog steeds vast tussen twee vrouwen, maar de deur bij de nooduitgang is open. Als mijn buurvrouwen besluiten te gaan, kan ik ook weg. Ik zou het bijna dansend willen doen, maar ik besluit me in te houden.

 

Ons festivalhart

Ons festivalhart zit dit jaar wederom aan de Oosterstraat 7a, in de steeg achter het Grand Theatre. Kijk om het hoekje en vind ons daar! Dit is hét hart en dé ontmoetingsplek van het festival. Je kunt hier terecht voor een goed gesprek, een drankje en elke avond draait er een DJ. Wat ons betreft kunnen de voeten dus van de vloer! Ook kun je hier terecht met al je vragen bij het infopunt en kun je meteen een kaartje aanschaffen bij de kassa.

Kom gezellig langs voor een kop koffie of een borrel in het café!