Kunstraad interviewde Karlijn Benthem - Jonge Harten

Kunstraad interviewde Karlijn Benthem

Marc Knip

Door: Marc Knip - Kunstraad

“DE TEGENSTELLINGEN ZITTEN OOK IN ONSZELF.”

KARLIJN BENTHEM, DIRECTEUR JONGE HARTEN

Hoe leid je een theaterfestival in tijden van polarisatie en spanning? Hoe vind je de balans tussen artistieke vrijheid en het creëren van een veilige plek voor iedereen? Deze vragen legden we voor aan Karlijn Benthem, directeur van het Jonge Harten Festival. Opgeleid als theaterdocent runt ze haar festival meer als artistiek pedagoog dan als autonoom maker: ontwikkeling staat centraal – voor makers, publiek én voor haarzelf en haar team. Van het woord ‘polarisatie’ ligt ze niet wakker, wel van hoe we woorden gebruiken en interpreteren, zeker als het er om gaat.

“Woorden gaan pas leven door de betekenis die wij eraan geven. Bij elk woord dat je gebruikt, ga je ervan uit dat jij er ongeveer hetzelfde mee bedoelt als de ander. Maar dat is natuurlijk niet per definitie zo. Dat vraagt enorme zorgvuldigheid. Ik ben Deep Democracy-facilitator, een methode voor inclusieve gespreksvoering.

De verschillen tussen mensen worden hierbij niet bedekt, maar uitgesproken en erkend. Dat is hard werken. Maar als mensen het één kunnen vinden, maar zich het ander ook kunnen voorstellen, wordt de wereld een stuk mooier. Dat vergeten we vaak, dat de tegenstellingen ook in onszelf zitten. Dat leren inzien, dat de-escaleren en reguleren, is essentieel, zeker voor een theaterfestival waarin je vele stemmen wilt laten klinken.”

Heb je een voorbeeld van dat de-escaleren?

“Ja. Jonge Harten stond voor het dilemma om een culturele boycot te ondertekenen tegen de staat Israël. Dat hebben we uitgebreid in het kernteam besproken.

Daarvoor hebben we Deep Democracy gebruikt. Er waren verschillen van mening en uiteindelijk hebben we ondertekend, met de toevoeging dat niet iedereen er persoonlijk volledig achterstond, maar wij als festivalorganisatie wel. Toen onze directe buren van NITE juist niet ondertekenden, leek dat even ingewikkeld, wij gebruiken hun pand, we leven naast en met elkaar.

Toen hebben we samen met hen en Grand Theatre een extra festivalavond georganiseerd met een voorstelling van een Palestijns-Israëlische kunstenaar, inclusief een goed nagesprek als culturele instellingen onder elkaar. Zo moet het gaan, denk ik, bel met elkaar of praat. En luister.”

De pedagogische benadering schuurt soms met een ander principe: artistieke vrijheid. Hoe laat je verschillende stemmen horen en blijft het festival tegelijkertijd een veilige plek? “Ten eerste: we willen niet per se álle stemmen laten horen. Racisme bijvoorbeeld komt er niet in: we hebben gewoon een grondwet. Binnen de wet kan in principe alles, maar dat betekent niet dat we alles een podium geven. Ik vind artistieke vrijheid een heel interessant thema. Maar het streven ernaar en de discussie erover gaan nog niet zoals het moet. Want wat betekent artistieke vrijheid in een context waarin jongeren onder schooltijd komen kijken? Er zit een fout in het systeem dat er vanuit cultuur een verplichting ligt richting het onderwijs, maar andersom niet. Dat maakt de verhouding vanaf de start scheef. Laten we ervoor pleiten dat we juist samen betekenisvol werk maken, afgestemd op jongeren. Daar zou ik wel graag een gesprek over willen voeren met elkaar.

Ook de podiumkunsten zijn de laatste decennia onderhevig aan grote veranderingen. Als doorgever van verhalen worden we natuurlijk rechts en links ingehaald. De ‘klassiekers’ blijven ook op een andere manier wel voortbestaan. Wat is dan onze rol nog? Ik denk dat dat is dat een groep mensen tijdens een voorstelling eenzelfde ervaring hebben. Hoe vaak zitten we nog in eenzelfde ruimte, live naar iets te kijken zonder gestoord te worden?

Dat maakt het publiek meer dan vroeger een wezenlijk onderdeel van je kunstwerk. Daar werk ik met mijn makers dan ook graag aan. Hoe wordt je publiek onderdeel van het kunstwerk? Dan heb ik het niet per se over publieks-participatie, maar ook over wat je van ze vraagt, hoe je ze meeneemt in je verhaal. En vooral over een wederzijdse interesse, welke beleefwereld nemen zij mee, welke kennis en wijsheid en hoe kunnen we dat (ook) zichtbaar maken.

Veel makers zijn soms huiverig om voor of tijdens het creëren aan publiek te denken, dan wordt het doelgroepen-theater of zoiets is de gedachte. Wij bespreken met makers dat ze hun publiek vanaf dag één mee kunnen nemen in het maakproces, om zich te laten inspireren door beleefwerelden die we zelf niet kennen, want daarvoor zijn we al te oud. Voor wie maak ik dit, wat heeft dat voor consequenties, wíl ik die consequenties, kunnen de acteurs dat aan, wat is daarvoor nodig?”

Die visie werkt ook door in hoe het festival wordt ingericht. Hoe ga je als organisatie om met jongeren, hoe betrek je hen daadwerkelijk bij wat je doet?

“We zijn een festival dat kunstenaars vraagt om de agenda te bepalen, maar vergeet niet: 50% van ons publiek is scholier. Ze komen onder schooltijd, ze kiezen niet zelf om daar te zijn. Dat heeft consequenties voor de manier waarop je aanwezig bent. Hoe gaan wij daarmee om? Door achter die jongeren te gaan staan. Is het ergens onrustig in de zaal, dan gaan we erheen en vragen we, wat is er aan de hand, wil je misschien weg? Negen van de tien keer is het dan: ‘Nee mevrouw, sorry’. Vaak realiseren ze zich niet wat ze aan het doen zijn, en al helemaal niet dat het wordt gewaardeerd dat ze er zijn.

Er hangt hier in het kantoor een bord aan de muur: jongeren hebben een plek nodig, en liefde. Ik denk dat daar een belangrijke rol ligt voor het culturele en het sociaal-maatschappelijk domein: neem tijd voor, praat met en luister naar jongeren. Wees nieuwsgierig en heet ze welkom, het zijn nét mensen. Daar zetten wij met Jonge Harten vol op in. Ja, we zijn een jongerenfestival en ja, jongeren moeten daar profijt van hebben, maar volwassenen en professionals om hen heen zijn daarom een net zo een belangrijke doelgroep. Hoe dragen we samen zorg voor een betekenisvolle leer- en ervaringsomgeving voor onze jonge mensen?”

Verandert wie je bent als festival ook door de tijd waarin je bestaat?

“Jonge Harten is ooit begonnen als een clusterprogrammering. Wij zorgen negen dagen lang voor een mooi aanbod dat jongeren in aanraking brengt met kunst. Maar we verschuiven steeds meer naar een situatie waarin kunst probeert aan te sluiten bij de belevingswereld van jonge mensen. We lopen achter, niet alleen de kunstwereld, maar ook het onderwijs en de ouders. We weten momenteel niet zo goed wat we aan moeten met kinderen van 12 tot 18. Ze leven in een wereld, veelal online, die wij totaal niet kennen, ook al hebben we soms de illusie van wel. Voorheen konden we nog wel inschatten; als we dit maken, dan levert dat de jongeren iets op. Nu hebben we hun input heel hard nodig voordat we überhaupt iets kunnen creëren dat aansluit bij hun belevingswereld.

Ik sprak onlangs een neurowetenschap-per die me vertelde dat de puberteit tegenwoordig langer duurt dan voorheen. Meer dan vroeger stralen jongeren uit dat ze alles zelf wel kunnen, ze hebben ook meer middelen tot hun beschikking om zelfstandig te opereren. Maar dat betekent paradoxaal genoeg tegelijk dat ze minder na hoeven te denken, zich minder snel ontwikkelen. Het zijn en blijven gewoon mensen met een onvolgroeide neocortex, dat mogen we niet vergeten.

Nog enger vind ik het, maar ik kan het niet bewijzen, dat steeds meer jongeren lijken uit te stralen dat ze niets te verliezen hebben. Juist die groep wil je dicht bij je houden. We kunnen dingen niet oplossen, daar zijn de kunsten niet voor, maar ze wel zichtbaar maken, signaleren en luisteren.”

Wat doen jullie hier concreet aan?

“Al onze talentontwikkelingstrajecten starten met doelgroeponderzoek. We hebben een project dat ‘De Route’ heet, samen met het H.N. Werkman Stadslyceum, waarin we werk voor brugklassers maken. Ze zijn geen groep 8 meer natuurlijk, maar ook nog niet klaar voor bijvoorbeeld NITE. Brugklassers vallen eigenlijk overal tussenin. ‘De Route’ betrekt gelijk ook een andere belangrijke doelgroep van Jonge Harten: mbo-studenten. Elk festival nodigen we studenten van alle landelijke kunstvak- en artiestenopleidingen uit om tijdens ‘De Route’ iets te maken. Zij worden zo rolmodellen voor de brugklassers.

Samen met het Let’s Gro-festival hebben we daarnaast een project dat ‘Let’s Talk’ heet. Daarvoor vragen we jongeren om speeches te schrijven. Die jongeren scouten we zelf op scholen en via onze collega’s binnen onderwijs en jeugdwerk. En dat is toch wel de essentie van onze werkwijze, van alles wat we doen als Jonge Harten: voor we jongeren vragen om naar ons te komen, gaan we eerst naar hen toe.”

TIPS

– Investeer actief in gespreksvoering. Maak spanningen bespreekbaar in plaats van ze te vermijden. Durf positie in te nemen, maar erken interne verschillen. Dat versterkt uiteindelijk je organisatie.

– Werk vanuit je publiek, niet alleen ervoor. Zie je doelgroep niet als ontvanger, maar als mede-maker. Betrek hen vroeg in het proces en pas je werkwijze daarop aan.

Jonge Harten 2025

Jonge Harten 2025 Will be from 15th - 22nd of November.

Speak Up and Listen